Recensie: Ons land kan menselijker (ESB)

Onze samenleving ondervindt ernstige schade van de steeds maar uitdijende vrije markt en de daarmee verbonden economische wetenschap. Dat stelt Henk van Tuinen, econoom en voormalig topambtenaar bij het Centraal Bureau voor de Statistiek, in Ons land kan menselijker. Naar een economie die de samenleving verbetert. Het is een populairwetenschappelijk boek en manifest in één.

Van Tuinen betoogt dat het economische proces zich tegen zichzelf en tegen ons keert. Ten eerste wordt het milieu aangetast, een ‘oneconomisch resultaat’ volgens Van Tuinen, omdat we een ‘absolute voorkeur’ hebben voor het doorgeven van de wereld aan onze (klein)kinderen. Ten tweede is de financiële sector instabiel en niet dienstbaar aan de reële economie. Ten derde worden we tot te veel werk gedwongen, met alle stress en verlies aan arbeidsvreugde van dien. We doen dat volgens Van Tuinen om onze consumptie te betalen, verleid door marketeers en reclamemakers. Zij duwen ‘de markt’ de samenleving in, waardoor ons gedrag ook steeds asocialer wordt. Op de markt word je immers geacht je eigenbelang na te jagen.

Van Tuinens analyse is onderbouwd met klassieke en recente inzichten uit de economische wetenschap zelf, maar ook uit de sociologie, ethiek, psychologie en hersenwetenschap. Veel bekende namen passeren de revue: van Keynes tot Maslow, van Richard Sennett en Micheal Sandel tot Dick Swaab.

Weinig uitgewerkt is Van Tuinens diagnose van ons vermogen om via de democratie de controle over de markt te herwinnen. De maatschappij is volgens hem te ingewikkeld geworden om te begrijpen en te sturen. En omdat Nederland heterogener wordt en onze levensstijlen pluriformer zijn, is het moeilijker dan ooit om een ‘communis opinio’ te vormen. Politici bieden gemakkelijke schijnoplossingen en de burger raakt steeds meer teleurgesteld, omdat hij zich nooit helemaal gekend voelt. ‘Hij kan immers slechts stemmen voor een paar maatregelen waarmee hij het eens is, terwijl hij tegelijkertijd stemt voor een paar andere waar hij niet voor is. Hoe meer hij emancipeert, hoe meer hij zich dit probleem zal gaan realiseren’, aldus Van Tuinen.

Maar dit is natuurlijk de kern van politiek: je krijgt nooit helemaal je zin. Is het niet juist het probleem dat de burger te verwend en te ongeïnteresseerd is om zich politiek te organiseren en dus gewoon de samenleving krijgt die hij verdient? En zo heterogeen en verdeeld is Nederland helemaal niet, blijkt ook uit Kiezen voor de kudde (2004) van Jan Willem Duyvendak en Menno Hurenkamp. Onze keuzevrijheid is nog nooit zo groot geweest als nu, maar Nederlanders kiezen massaal voor hetzelfde en voor elkaar.

De meerwaarde van ‘Ons land kan menselijker’ zit in de concrete ideeën die het aandraagt om ons de regie over ‘de markt’ terug te geven. Een van die oplossingen is het zogenoemde ontplooiingsfonds, een organisatie die reclame maakt voor burgerschap, zelfontplooiing en bewustwording van de ongewenste gevolgen van consumentisme. Van Tuinen wil hiermee tegenwicht bieden tegen de ‘eenzijdige manipulatie’ van marketeers, die wereldwijd met honderden miljarden dollars onze preferenties beïnvloeden. Hoe evenwichtiger de beïnvloeding, hoe ‘soevereiner’ de burger.

De vraag dringt zich op waarin het ontplooiingsfonds zou verschillen van organisaties als SIRE (de Stichting Ideële Reclame) die reclame maakt om ‘bij te dragen aan een vitale, betrokken en verantwoordelijke samenleving’. SIRE is een initiatief vanuit de communicatiebranche en wordt dus bemand en gefinancierd door reclamebureaus en adverteerders, dus misschien dat daar geen krachtige anti-consumptiecampagne van te verwachten valt. Maar dan is er ook nog de publieke omroep die genoeg zendtijd vult met programma’s die Van Tuinen’s onderwerpen behandelen. En ten slotte is er natuurlijk ook het onderwijs dat grotendeels in het teken staat van het ‘soeverein’ maken van jonge mensen. Toch is het een prikkelende discussie die Van Tuinen hiermee aanjaagt.

Een ander concreet voorstel geeft ook te denken: waarom laten we de president van De Nederlandse Bank niet elk jaar verantwoording afleggen in het parlement over de vraag hoe hij ervoor heeft gezorgd dat de financiële sector optimaal dienstbaar is aan de reële economie? Zo wordt hij, volgens Van Tuinen, gedwongen om zich ‘te scharen aan de zijde van de samenleving’ in plaats van de financiële wereld.

‘Ons land kan menselijker’ zet vraagtekens bij de dominante rol van economen in het maatschappelijk debat. Economen hebben namelijk een ‘blinde vlek’ voor de maatschappelijke implicaties van marktwerking. En hoe belangrijker we economen maken, hoe meer het ‘homo economicus’-mensbeeld wordt opgedrongen. Laten we economen dus hun plaats wijzen, adviseert Van Tuinen. Zijn boek maakt hiermee een begin, maar is meteen ook het bewijs dat het allemaal zo erg nog niet is.