Het afvalprobleem (Vrij Nederland)

Afbeeldingsresultaat voor vrij nederland

(Bijdrage aan rubriek #DeOplossers)

Overwinning van de milieulobby: afgelopen maand besloot staatssecretaris Wilma Mansveld van Milieu dat het statiegeld op plastic drankflessen voorlopig blijft. Tegelijkertijd produceren Nederlanders nog altijd een hoop afval. Vooral de stijgende hoeveelheid lichte kunststoffen valt op: jaarlijks gebruiken alle Nederlanders samen 563 miljoen kilo plastic verpakkingen, waarvan slechts een klein deel gescheiden wordt ingezameld.

Het is goed dat het statiegeld blijft, zegt evolutionair psycholoog Mark van Vugt. ‘Mensen willen best plastic flessen inzamelen als ze er iets voor terug krijgen. Dat noemen we het reciprociteitsprincipe, dat diep in de menselijke psyche zit verankerd.’ Het ‘voor wat hoort wat’-beginsel kan ook op andere manieren helpen bij de strijd tegen afval. ‘Voor elke recyclebare fles die een klant terugbrengt, zou de winkelier ook een klein bedrag kunnen storten voor een goed doel, bijvoorbeeld een pot om meer bomen te plaatsen op een schoolplein in de buurt. Een klant die de fles niet retourneert, ervaart dan een schuldgevoel.’ Deze psychologische reactie is heel sterk. ‘Je kent het zelf ook. Als iemand jou een verjaardagscadeau geeft en jij vergeet vervolgens een cadeau terug te geven, voel je je schuldig.’ Ook hotels maken hiervan tegenwoordig met succes gebruik. Ze beloven het milieu te steunen voor elke niet-gewassen handdoek, wat ertoe leidt dat hotelgasten dezelfde handdoek veel langer gebruiken. Een andere mogelijkheid om het terugbrengen van plastic flessen te stimuleren, zegt Van Vugt, is het organiseren van een legeflessenloterij. ‘Keer in één keer een hoofdprijs uit, in plaats van voor elke fles een klein bedrag. Loterijen hebben een grote aantrekkingskracht.’

Neurobioloog Sicco de Knecht meent dat we de hoeveelheid verpakkingsmateriaal moeten verminderen. ‘Daarvoor moeten we onze perceptie van schoonhandig en chic veranderen. Het is helemaal niet hygiënischer als tomaten met zijn tienen in een plastic doosje zitten. En vier kazen op een kaasplankje die allemaal apart in een cellofaantje verpakt zijn, is volgens mij schijnluxe.’ Hoewel verpakkingen nooit helemaal zullen verdwijnen, vindt De Knecht dat de vanzelfsprekendheid in het gebruik is doorgeslagen. ‘Koekjes zitten per vijf verpakt in een doos, met weer allemaal andere dozen in een grotere doos op een pallet in plasticfolie verpakt. Kan het wat minder?’ Hij pleit voor een publiekscampagne. ‘Je moet het idee van talloze overbodige verpakkingslagen belachelijk maken. Een reclamefilmpje van iemand die zijn lunch eet en twee keer het gewicht van zijn broodje in plastic achterlaat, lijkt me een leuke methode. Hadden we daar SIRE niet voor?’

Archeoloog Vladimir Stissi denkt dat we kunnen leren van het verleden. ‘Vroeger was het doodnormaal om dezelfde opslagmaterialen een leven lang te gebruiken. Mensen namen hun eigen verpakkingen mee naar de winkel om ze daar te vullen.’ Deze oude gewoonte lijkt voorzichtig te herleven: in navolging van Duitse en Belgische steden verscheen onlangs in Groningen Opgeweckt Noord, de allereerste verpakkingsvrije winkel van Nederland. Later dit jaar krijgt Utrecht een primeur met Bag&Buy, de eerste verpakkingsvrije supermarkt van het land.

Stissi wijst erop dat het vroeger ook goed gebruik was om kleding, meubels of andere gebruiksvoorwerpen zelf te maken. ‘Een zelfgemaakte kast gooi je minder snel weg dan een Billy of Hemnes van Ikea.’ Wie minder afval wil, zegt Stissi, moet dus meer doe-het-zelven. ‘Je voelt je meer betrokken bij een kast of trui die je helemaal zelf hebt gemaakt.’

Politiek econoom Paul Teule ziet de oplossing voor onze milieuproblematiek in het prijsmechanisme. ‘Afval is nu veel te goedkoop. Als producten duurder zouden zijn, zouden we minder kopen en ook minder weggooien.’ Volgens Teule geven de meeste prijslabels ten onrechte een lage prijs aan. ‘De prijzen kloppen niet omdat in de hele levenscyclus van het product allemaal kosten worden gemaakt die niet zijn meegenomen in de prijs.’ Hij wijst op ngo’s zoals True Price, die berekenen hoe duur een fles shampoo zou moeten zijn als alle afvalkosten meetellen. ‘Dat is best ingewikkeld, maar het kan wel.’ Volgens Teule moeten de prijzen dus omhoog. ‘En als het voor marktpartijen te ingewikkeld is, moet de overheid dat doen door belastingen te heffen, zodat er meteen geld wordt ingezameld om het afval op te ruimen. Want dat is voorlopig nog een overheidstaak.’

Milieuwetenschapper Heather Leslie benadrukt dat het overgrote deel van ons afval kan worden voorkomen tijdens de ontwerpfase. ‘Producten moeten zo worden ontworpen dat je bijvoorbeeld gemakkelijk defecte onderdelen kan vervangen,’ zegt ze. ‘Mijn iPhone noem ik de iBroken, want er ging al snel iets kapot en dan kun je het hele apparaat niet meer gebruiken: e-waste.’ Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld wasmachines en koffiezetapparaten. ‘Er bestaan apparaten waarbij het erg lastig of onmogelijk is om ze volledig uit elkaar te schroeven en dan nog hou je niet veel herbruikbare onderdelen over.’ Leslie pleit daarnaast voor een heroverweging van het gebruik van praktisch niet-recyclebare stoffen zoals polystyreen. ‘Dat zit in miljoenen producten, zoals piepschuim.’

Volgens haar is gedragsverandering uiteindelijk cruciaal. De duurzaamheidsleus ‘Reduce, Re-use and Recycle’ zou moeten worden uitgebreid met een vierde R: Refuse. ‘We zouden vaker nee kunnen zeggen tegen dingen die we niet nodig hebben en niet eens willen. De meeste Nederlanders drinken nooit suiker in hun thee, maar toch krijgt iedereen een zakje suiker bij zijn kop, dat vervolgens in de prullenbak belandt.’ Haar tip: ‘Zeg bij het bestellen meteen dat je geen suiker hoeft.’ Hetzelfde geldt voor een plastic deksel bij een beker koffie: ‘Dat heb je vaak helemaal niet nodig. Weiger het dan gewoon.’
Volgens Leslie moeten we nadenken over ‘de vreugdeloosheid van de consumptiemaatschappij’. ‘We creëren met zijn allen te veel afval omdat we ons laten leiden door reclame en statusangst. Maar uiteindelijk wordt niemand blij van al die wegwerptroep en lelijke spullen.’