De waarden achter het Griekse akkoord (Trouw)

(Interview door Stevo Akkerman) Terwijl Europese leiders bezweren solidair te zijn met Griekenland, voelen de Grieken zelf zich vernederd en beroofd van hun soevereiniteit. Filosoof en econoom Paul Teule over de begrippen achter de crisis: ‘De Grieken willen bij de eurozone horen, dat is hun soevereine keuze.’

Stevo Akkerman16 juli 2015, 23:28

De cijfers lijken een koele taal te spreken. Als een land te veel geld uitgeeft en zich in de schulden moet steken, terwijl het er tegelijkertijd niet in slaagt nieuwe inkomsten te genereren, dan raakt de kas op een gegeven moment leeg. Een kwestie van simpel rekenwerk. Maar in het Europese debat rond Griekenland, waarin cijfers uiteraard niet ontbreken, spelen berekeningen niet de hoofdrol, maar geladen begrippen als ‘solidariteit’, ‘waardigheid’ en ‘verantwoordelijkheid’ – de discussie over de euro raakt aan de grondslagen van het Europese samenwerkingsideaal.

Niet verwonderlijk, vindt Paul Teule, docent politieke economie aan de Universiteit van Amsterdam. Teule is econoom én filosoof – het uit elkaar trekken van de cijfers en de wereldbeschouwing heeft hem nooit aangetrokken. Economie is niet waardenvrij, daarom lopen de gemoederen in Brussel en Athene ook zo hoog op. Of hebben we het niet meer over economie als de discussie draait om solidariteit? “Jawel, want het gaat over het gunnen van geld en tijd aan een ander – in dit geval leningen, met een rente en een looptijd – en dan gaat het dus om financiële handelingen. Ook de achtergrond is economisch: blijkbaar is de bestaande verdeling van middelen niet goed. Die is grofweg gebaseerd op marktverhoudingen, maar er zit is iets scheef, en solidariteit is de manier om dat te corrigeren.”

We zijn niet solidair met de Egyptenaren, wel met de Grieken. Er zijn grenzen.
“Inderdaad, en die grens heet Europa; de Turken vallen er al buiten.”

Als de Turken economisch onderuit gaan, gaat onze munt niet mee, dat ligt bij de Grieken anders. Is de Europese solidariteit geen verkapte vorm van eigenbelang?
“Er kan zeker ook sprake zijn van verlicht eigenbelang. We exporteren veel naar Griekenland, en we weten niet wat de financiële markten doen als de eurozone een land verliest, dus houden we de Grieken overeind. Verlicht eigenbelang kan ook zijn dat we bijdragen aan een systeem waarop we zelf ook een beroep kunnen doen als we in nood komen.”

Intussen bestaat voor economische correctie via belastingen veel meer draagvlak op nationaal dan op Europees niveau.
“De Europese herverdeling stelt eigenlijk helemaal niets voor. De solidariteit binnen Europa is nationaal georganiseerd – wie zijn baan verliest, bijvoorbeeld, krijgt steun van zijn eigen overheid, niet van Brussel. De begroting van de EU bedraagt circa 1 procent van het Europees inkomen, dat van de nationale overheden 40 tot 50 procent van het inkomen van de afzonderlijke landen.”

Tsipras omarmt Juncker tijdens de bijeenkomst van de politieke leiders van de eurozone afgelopen zondag. Beeld ap

Goed, we betalen de Griekse uitkeringen niet, maar steunen wel hun banken. Hoe solidair is dat eigenlijk tegenover de Baltische staten, Portugal, Ierland? Daar hebben de eigen regeringen harder ingegrepen.
“Dat is een reëel probleem, die landen hebben echt wel een punt. Maar je kunt het ook relateren aan iets anders: in Nederland zijn we twee keer zo rijk als in Griekenland, als de mensen daar geen medicijnen kunnen krijgen, moeten we dan stoppen met onze solidariteit omdat de Balten meer hebben hervormd dan de Grieken? De kindersterfte gaat omhoog, hiv-besmettingen nemen toe, bejaarden staan te huilen bij de pinautomaten – en dan is het ook nog zo dat heel veel normale Grieken geen grip hebben op de politieke klasse. Je kunt landen vergelijken, maar het gaat uiteindelijk om mensen.”

Zolang ze maar in de EU wonen en niet in Egypte.
“Het is onmogelijk met iedereen solidair te zijn. Er zijn nu eenmaal natuurlijke cirkels van landen en volken die bij elkaar horen, die met elkaar verknoopt zijn.

Je kunt je afvragen: wat is een land überhaupt? De beroemde definitie van de Franse filosoof Ernest Renan is: ‘Mensen met een gedeeld verleden, die bij elkaar willen blijven horen’. Zo werkt het in Europa ook. Als de Grieken bij ons willen horen, en wij bij hen, dan is de basis gelegd. Beslissend is de wens om samen dingen te doen, en daarmee van elkaar afhankelijk te zijn.”

En dus niet soeverein?
“Dat hoor je nu over Griekenland, ja, dat het niet meer soeverein zou zijn. Maar dat is eigenlijk flauw, want het is de wens van de Grieken zelf om erbij te horen. Zij willen bij de eurozone horen, dat is hun soevereine keuze.”

Je kunt je soevereiniteit uitdrukken in een multinationale organisatie?
“Ik denk het wel. Natuurlijk zijn landsgrenzen belangrijk, maar je territorium is veel groter dan dat. Landen hebben zoveel belang bij wat er buiten hun eigen grenzen gebeurt. Voor Nederland geldt dat extreem: om goed te functioneren moeten we actief zijn – en meebetalen – in een veel groter gebied dan het onze. Soevereiniteit gaat over gezag, dat behelst meer dan dat je baas bent in eigen huis, minstens zo zwaar telt hoeveel invloed je hebt in het internationale krachtenveld.”

Maar de Grieken leveren nu toch ontegenzeggelijk soevereiniteit in?
“Natuurlijk. Staatsbedrijven worden onder curatele gesteld, de trojka komt weer binnen, bepaalde wetten moeten binnen drie dagen worden doorgevoerd – het is ongekend! De Grieken hebben lang de kans gehad zelf voorstellen te formuleren, als die uitblijven dan krijg je dit soort rare, urgente toestanden. Zo zijn de machtsverhoudingen. Maar het is zeker vernederend.”

De eurolanden hebben natuurlijk ook enig recht van spreken: ze hebben miljarden geleend aan Griekenland. Bij ons zei minister Jan Kees de Jager indertijd dat wij dat geld met rente terug zouden krijgen.
“Van dat verhaal blijft niet veel overeind; de Grieken mogen er jaren over doen voordat ze gaan afbetalen, je moet je afvragen wat die schuld dan nog waard is, en waarom je hem nu niet kwijt zou schelden. Overal ter wereld is het zo dat als er iets misgaat met schulden, je erkent dat zowel kredietverlener als kredietnemer een foute inschatting heeft gemaakt. De prijs is dat je de lening voor een deel kwijt moet schelden.”

Filosoof Slavoj Zizek noemt de Europese aanpak een triomf van de technocraten, en hij ziet Jeroen Dijsselbloem als de grootste boosdoener. Wat Syriza wilde bespreken – de politiek-ideologische dilemma’s, de sociale prijs van hervormingen – stuitte op een technocratisch njet. Zo kwam nooit een dialoog tot stand.
“De vraag is of Dijsselbloem en zijn collega-ministers van financiën daarvoor verantwoordelijk zijn. Zij krijgen een politiek kader mee en zijn vervolgens belast met de uitvoering, dat is per definitie technisch. Dan gaat het over de pensioenleeftijd, de inrichting van een kadaster, belastinginning, privatisering. Wordt daar niet aan gewerkt, dan heb je wel bezuinigingen, maar geen hervormingen, en gaat de ellende maar door. Je kunt niet van Dijsselbloem vragen zich ruimhartiger op te stellen.”

Is het falen van de politici dan geweest dat ze onvoldoende hebben laten blijken dat er achter hun technocratische retoriek morele keuzes schuilgaan? Als je het Griekse publiek niet laat zien waar je opstelling vandaan komt, blijft alleen je strengheid zichtbaar.
“De kunst is de technocratie niet tegenover de democratie te stellen. Het moet mogelijk zijn duidelijk te maken dat het akkoord – met de eis voor een kadaster, een onafhankelijk statistisch bureau, een politiek-neutraal ambtenarenapparaat – geen kwaadaardig complot is. Dergelijke technocratie is niet hardvochtig, het is de uitwerking van de spelregels van een democratische samenleving.”